|
De naam Kuijkhoven (met een ij) duikt voor het eerst op in één van de Haarlemse
Adresboekjes, en wel in dat van 1907/08: in dat jaar worden F. en W.B.
beiden vermeld als scheepstimmerlieden; daarna verdwijnt W.B. een aantal jaren uit de
boekjes, maar in 1923 zien we ene A. Kuykhoven als scheepsbouwer genoemd en
F. Kuykhoven als scheepstimmerman.
Het is duidelijk dat de familie zich reeds roerde in de scheepsnijverheidbranche
voor de officiële oprichting van de werf onder hun naam; de juiste toedracht van
de ontwikkeling blijft echter ondoorzichtig.
|
|
|
|
Op 1 november 1923 werd door vader en drie zonen (Peter, Aart en Coenraad) een
scheepsbouwbedrijf opgericht met vestiging langs de Harmenjansweg no. 57b. De vier
allen te Harderwijk geboren, resp. in 1865, 1889, 1891 en 1899 legden zich behalve op
de scheepsbouw ook toe op reparatie en onderhoud en wisten een vrij uitgebreide
klantenkring op te bouwen. Zij voerden opdrachten uit van de gemeentelijke Havendienst
van Haarlem en van de Reinigingsdienst, die immers het onderhoud van de eigen schepen
had afgestoten. Verder behoorden tot de cliëntele de machinefabrieken van Stork en
Figee te Haarlem en daarnaast verschillende beurtschippers, woonbooteigenaren en
gebruikers van zandvletten, enz. Rond 1930 werd het motorjacht van de toenmalige
burgemeester van Haarlem, C. Maarschalk, van een nieuwe huid voorzien en in 1939 liep
op de werf van stapel het zeilschip 'Maria van Nieuwenhuis': Blijkbaar waren de
Kuykhovens van vele markten thuis.
|
|
Zat er in 1946 slecht fl. 8543,00 eigen geld in de zaak, in 1952 was dat opgelopen tot
bijna het viervoudige.
Een interessante klant was in die tijd de schrijver Jan de Hartog, die verscheidene malen
werd gefotografeerd op of bij zijn tjalk. In de vroege
jaren '60 werd o.m. werk uitgevoerd aan motorboten, aan houten vaartuigen en ook aan
metalen aken, maar toch was het bedrijf, bij gebrek aan opvolging, ten ondergang
gedoemd. Op 15 september 1966 werd de onderneming ontbonden.
|
|